“Visch met sch smaakt me beter, dus blijf ik dat woord zo
schrijven.” Mijn opa zaliger is tot zijn dood in 1988 de sch trouw gebleven. De
spelling-Marchant (1934) had in dat jaar wel een einde gemaakt aan vleesch
(voortaan vlees), maar vis mocht nog met -sch. Vrijwel niemand gebruikte deze
belegen taalvorm. Hoogleraar taalkunde De Vooys (1952) schrijft daarover: “De
invoering had een vlot verloop, ondanks heftig verzet uit sommige konservatieve
kringen.” (Merk op: de k in konservatieve, waar wij thans de c spellen).
Journalisten, tekstschrijvers, leraren en literatoren buitelen anno 2005 en
2006 over elkaar heen in de bestrijding van de jongste aanpassingen van de
spelling van de Nederlandse Taalunie, het instituut dat elke tien jaar de
spellingregels aanscherpt.
Wat zijn de argumenten tegen spellingaanpassingen in 2005 en waarom gaat het
hierbij om een onzindiscussie?
Niet logisch
De grote landelijke kranten voorop stellen dat de nieuwe spelling 2005 niet
logisch is: Waarom krijgt sterrendom een tussen –n en vedettedom niet? Waarom
verandert Middeleeuwen in middeleeuwen? De antwoorden zijn simpel en logisch:
geen –n in vedettedom, want vedette kent twee meervouden. We schrijven en
schreven sinds 1995 ook aktetas en gemeentewet. Bij invoering, op 1 augustus
2006 kán iemand een hoofdletter gebruiken bij historische periodes als het gaat
om gespecialiseerde publicaties. Dus wie een kleine letter schrijft zit altijd
goed!
Weinig consequent
De taalmeesters bij de kranten hebben geconstateerd dan de nieuwe spelling
weinig consequent is: europarlement wordt Europarlement en Eurovignet verandert
in eurovignet. De verklaring is opnieuw eenvoudig en getuigt van
consequente(re) toepassing van de regels: Europarlement is een eigennaam, zoals
Tweede Kamer én eurovignet is een samengesteld woord, evenals eurocent of
euroloodvrij. Het Groene Boekje is op dit punt in 2005 consequent toegepast .
Lelijke woordbeelden
Literatoren en journalisten hebben de mond vol van lelijke woordbeelden,
veroorzaakt door de jongste voorstellen van de Taalunie. Het woord ideeëloze
lijkt bij uitstek geschikt om dat ‘te bewijzen'. Het is zelfs de metafoor
geworden waarmee NRC Handelsblad de strijd tegen de spellingvernieuwing heeft
aangebonden. Waarom is de -n verdwenen in ideeëloze? Omdat afleidingen nooit
een tussen-n krijgen, behalve wanneer het grondwoord eindigt op een -n: dus
woordeloos, belangeloos,waardeloos naast meedogenloos en hersenloos. Even
wennen aan ideeëloze dus, zoals in 1995 aan pannenkoek.
Postzakken vol lezersreacties op de spellingvoorstellen, sterk afwijzende commentaren in de krantenkolommen. Spelling is emotie. Zoveel is duidelijk. De sterkste afwijzing kwam van Maarten 't Hart in Vrij Nederland eind 2005 toen-ie stelde dat hij tegen de doodstraf is, maar hier en daar een kleine onthoofding van die lui van de Taalunie, daar zou hij geen bezwaar tegen hebben. En waartegen fulmineerde onze literator uit een ver verleden? 't Hart: “Ik kan er geen touw meer aan vastknopen. Dat begon al in 1954 toen vacantie plotseling met een k moest.” Wakker worden, Maarten, je reageert als een opa die visch met sch wil spellen, omdat die zo fijn smaakt.
Onzinnig
De discussie in kranten over de nieuwe spelling heeft een hoog
onzingehalte: waarom nu roepen over de tussen –n als in 1995 deze regels
drastisch zijn hervormd en nu slechts licht aangepast? Veel wijzigingen van
2005 zijn correcties op een systeem van regels dat in 1995 is gelanceerd. Veel
nieuws valt er niet te melden. De emotie in conservatieve kringen voert de
boventoon. Dat was in de negentiende en twintigste eeuw het geval en dat geldt
nog steeds. Het lijkt erop dat de kranten pas na tien jaar wakker zijn
geworden. Literatoren als Maarten 't Hart hielden al een winterslaap, dus is
hem niets kwalijk te nemen. Journalisten zijn gebaat bij een simpele set
spellingafspraken. Met 124 regels in Spellingwijzer Onze Taal (1999)
en vergelijkbare aantallen in het Groene Boekje (1995; 2005) is het
schrijversideaal nog ver te zoeken. Daar doen enkele kleine spellingingrepen in
2005 niets aan af.
© Piet Kaashoek, 2006.
In verkorte vorm verschenen in tijdschift De Journalist, 2006 (januari-nummer).
Geraadpleegd:
E. van de Berg & B. Jungmann (2005), ‘Nieuwe spelling, zo
maar doen dan?', in: de Volkskrant, december.
G.E. Booij e.a. (1979), Spelling. Spektator Cahiers 2, Groningen:
Wolters-Noordhoff.
B. Jungmann (2005), ‘Media vormen front tegen nieuwe spelling', in: de
Volkskrant, december.
P. Kaashoek (1996), ‘Schoorvoetend mee met de nieuwe spelling', in: De
Journalist, maart.
P. Kaashoek (1999), ‘Niet wijzer door spellingwijzer', in: De Journalist,
februari.
B. van Kleef (2005), Van pannenkoek- naar appelspelling, dat wordt te dol', in:
de Volkskrant, december.
J. Renkema (ed) (1999), Spellingwijzer Onze Taal , Utrecht/Groningen:
Contact / Wolters-Noordhoff.
C.G.N, de Vooys (1952), Geschiedenis van de Nederlandse Taal ,
Groningen: Tjeenk Willink.
D. Walters (2005), ‘Als ze maar niet ‘hij bedoeld' schrijven', in NRC
Handelsblad , december.
Woordenlijst Nederlandse Taal (1995), met een leidraad door Jan
Renkema, Den Haag / Antwerpen: Sdu Uitgevers / Standaard Uitgeverij.
Woordenlijst Nederlandse Taal (2005), met een leidraad door Ludo
Permentier, Tielt/Den Haag: Lannoo Uitgeverij / Sdu Uitgevers.