'Wat staan er toch
veel fouten in de krant.' Zo maar een zin uit een lezersreactie. Klopt dat beeld
van maar wat aan rotzooiende journalisten? Gelet is op ergernissen, in kaart
gebracht door de taalkundige René van Bezooijen. Gekeken naar taalkwesties
die bij de gemiddelde lezer emoties oproepen.
Hun als onderwerp en hun na voorzetsel zorgen ervoor dat een postzak vol boze
brieven ter redactie wordt bezorgd. Een steekproef uit de databank van de PCM-kranten
en uit die van het Dagblad van het Noord, het Utrechts Nieuwsblad en het Brabants
Dagblad levert voldoende materiaal op.
De taalkundige miskleunen uit een aantal kranten van het voorbije half jaar
zijn voorgelegd aan prof. dr. Hans Bennis, taalkundige (UvA) en directeur van
het Meertens Instituut (Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen).
Meisje
waarvan
Misschien komt het volgende voorbeeld uit de oude doos, maar een wat nurkse
eindredacteur zette steevast een rode streep onder waarvan in de zinsnede 'het
meisje waarvan'. "Dat moet zijn 'van wie'," baste hij dan. "Als
je naar personen verwijst, dan moet je altijd voorzetsel en wie, dus van wie,
gebruiken!"
In de PCM-kranten van het laatste half jaar stonden slechts twee van deze verwijsfouten.
In het Brabants Dagblad van 14 januari komt een bijzonder geval voor. In het
verhaal over tweeling Teun en Koen Stuart (de een bruin, de ander blank) staat:
Ook elders zijn inmiddels tweelingen geboren, waarvan de kleur niet klopt. Hans
Bennis: "Hier stoort bijna niemand zich aan. Zo'n fout wijkt nauwelijks
af van wat de lezer verwacht. Bovendien is het niet zo simpel als die nurkse
eindredacteur denkt. Je zegt tenslotte ook "het meisje dat ..." en
niet "het meisje die ...", waarom dan ook niet "het meisje waarvan
..." in plaats van "het meisje van wie ...".
Air marshal
- luchtsheriff
De trek naar het Engels. De huidige generatie krantenschrijvers zou te veel
de oren laten hangen naar Engelstalige bronnen. Te pas en te onpas woorden uit
het Angelsaksisch in de kolommen opnemen. Sprak de thans 45-jarige redacteur
in zijn jeugd van 'mieters', dochterlief van 10 jaar kent nu alleen nog de kreet
'vet cool'.
Met de komst van bewakers in vliegtuigen buitelen redacteuren over elkaar heen
in een poging Engelse varianten voor deze luchtpolitie te bedenken. De geboorte
van de air marshal is een feit. Het Utrechts Nieuwsblad van 13 januari maakt
het wel erg bont:
Proef airmairschall(!)
Amstelveen - Luchtvaartmaatschappij KLM gaat onder voorwaarden akkoord met het
laten meevliegen van bewapende air marshalls (!). Tot nu toe verzette de KLM
zich hiertegen.
Bennis reageert: "Het zo maar verengelsen van het Nederlands vind ik een slechte zaak. Gelukkig komen sommige woorden via het Engels met een omweg terug. Neem keyboard. Toen de computer er pas was, trof je dat woord aan. Nu is het gelukkig weer toetsenbord. Ja, ik trek een rode kaart bij onnodig gebruik van Nederengels."
Hun - hen
Wie vindt 'Hun komen ook' niet om te gruwen? In de database van de onderzochte
dagbladen komt dit type fout het laatste half jaar niet voor. Maar wil dat zeggen
dat 'hun' als onderwerp van een zin niet kan? Als taalvernieuwing 'van onder'
maar genoeg doorzet, begint ze vertegenwoordigers van de maatschappelijke elite
(schrijvers, journalisten, cabaretiers) op te vallen. In de musical Madam van
Annie M.G. Schmidt verwoorden de prostituees hun aanklacht tegen mannen als
volgt:
hun hebben de macht
/ hun hebben de poen
wij worden veracht en verkracht
en vernederd door alles wat we doen
Hans Bennis is over hun/hen stellig: " In cabaret is het wel leuk, maar in serieuze journalistiek moet je dit type fout vooralsnog weren. "
Hele goede reputatie
Onwaarschijnlijk vaak gaat het fout in kranten: het gebruik van twee bijvoeglijke
naamwoorden bij een begrip. Op 'hele grote' gezocht in de PCM-databank. Het
leverde 79 maal een foute constructie op in AD, Trouw, NRC Handelsblad , Het
Parool en de Volkskrant. De zoekmachine van het Dagblad van het Noorden gaf
'hele' in totaal 730 keer aan. Bij de tweede tekst was met meteen raak: "Het
gaat allemaal wat gemakkelijker en dat betekent ook dat we een hele goede reputatie
hebben"(DvhN, 14 januari).
Wat is er fout? Hele goede moet zijn heel goede reputatie, want 'heel' bepaalt
'goede' en niet 'reputatie'. Je kunt nu eenmaal niet een halve (in plaats van
een hele) reputatie hebben. De hoogleraar taalkunde daarover: "Het rode
potlood, want dit soort missers leidt af van de inhoud.
Media is
Wat bij studenten journalistiek nog wel eens misgaat, is er in krantenland ingestampt:
Als 'media' onderwerp is van een zin, volgt een meervoudige persoonsvorm. Dus:
De media storten zich op de eerste tien Nederlandse luchtbewakers.
Toch vertoont het gesloten front (media - zijn) scheurtjes. Zo gooide hoofdredacteur
Joost Divendal eind vorig jaar de knuppel in het hoenderhok: Moeten journalisten
wel zo krampachtig vasthouden aan de congruentieregel bij media (onderwerp en
persoonsvorm altijd meervoud)? Bekende journalisten, onder wie de hoofdredacteur
van de Volkskrant, gebruiken zelfs 'media is'. Is daar wat op tegen?
Hoogleraar Bennis drukt zich genuanceerd uit: " Er zijn in het taalgebruik
collectiva zoals 'regering' en ook 'media'. Ik zie een zinvol onderscheid, bijvoorbeeld:
De media zit op het vinkentouw (de schrijver bedoelt de verzameling, het collectief)
tegenover: De media hebben er alle aandacht aan besteed (stilistisch heb je
dan een opsomming, samengebald in het begrip media. Je bedoelt kranten, tijdschriften,
radio, televisie en internetsites). Geen rode pen in de aanslag hier."
Aantal
De congruentieregel dat schrijvers bij een hoeveelheidsaanduidend woord (aantal,
paar) in onderwerpsfunctie een enkelvoudige persoonsvorm moeten schrijven, gaat
in de krant van elke dag mis. In de Volkskrant van 15 november 2003 staat: "Er
zijn een aantal mensen die ons hebben gekozen door onze strikte criteria."
De Algemeen Nederlandse Spraakkunst (ANS), de bijbel van de taalkunde, geeft
"Er zijn / is een aantal
" Beide vormen zijn correct . In de
journalistiek is behoefte aan duidelijkheid op dit punt. De tolerante houding
van de ANS-redactie kan menig redacteur niet bekoren. Bennis over deze kwestie:
"Het sop is de kool niet waard. Er bestaat wel degelijk een taalkundige,
semantische noodzaak nu eens het enkelvoud dan weer het meervoud te gebruiken.
Wat te denken van het betekenisverschil in: Een paar schoenen staat / staan
onder tafel. Ik zou niet graag deze betekenisnuance kwijt zijn. Ook bij aantal
zou getalsverschil kunnen corresponderen met betekenisverschil: enkelvoud geeft
de collectieve betekenis, meervoud benadrukt de opsomming. Dus geen rode streep
erdoor!"
Omdat - doordat
Het verschil tussen omdat (te gebruiken bij redenen en bij zaken waarover mensen
de regie voeren) en doordat (bij oorzakelijke verbanden en in omstandigheden
waarop personen geen invloed kunnen uitoefenen) verdwijnt in de krant. In het
Algemeen Dagblad van 3 december 2003: In het departement Ardeche zijn twee kerncentrales
stilgelegd omdat de bladeren en takken in de rivier de Rhone het koelsysteem
van de reactoren kunnen beschadigen. Hans Bennis: "Jammer, maar ik vrees
dat correctie hier niet meer helpt."
Polderlandse taalkunde
Is de hooggeleerde een van die polderlandse taalkundigen, die door de nuance
de taalwerkelijkheid uit het oog heeft verloren ? "Nee, zeker niet. Ik
doe niet mee aan de cultuur van stoer handhaven als er niets te redden valt.
Taal is in beweging. Taal onttrekt zich aan alle gezag. Wat ik mis in de journalistiek?
Af en toe een mooie volzin. Je leest te vaak van die blaftaal. En
niveau,
als het over taal gaat. We plukken de wrange vruchten van tientallen jaren geitenwollensokkenbeleid.
Wel een brief kunnen schrijven, maar niets weten van taalstructuur, betekenisontwikkeling
en woordvorming. Er is helaas in dit opzicht sprake van een verloren generatie.
"
Piet Kaashoek
(taalkundige)
Met dank aan: Theo Dersjant en Trudy Braber.
Geraadpleegd:
H. Bennis e.a., Verandering en verloedering; Normen en waarden in het Nederlands,
Amsterdam University Press, Amsterdam, 2004 (ISBN 90 5356 665 1)
G. Geerts e.a. , Algemeen Nederlands Spraakkunst, Wolters-Noordhoff, Groningen,
1984 (ISBN 90 01-33496 2)