Demoniseren in de krant

Welke rol speelt de schrijvende journalistiek bij ‘demoniseren’, bij het als een ‘daemon’ (duivel) afschilderen van een persoon of van een groep? Op zoek naar de rol van dagbladredacteuren, naar de opbouw van een stigmatiserend frame, naar het proces van betekenisverandering van het woord ´demoniseren´ met in zijn kielzog ´diaboliseren´.

Voordat de hoofdvraag wordt beantwoord, schetsen we eerst het kader van journalistiek handelen. Wat maakt beroepsbeoefenaren tot gekwalificeerd, tot ‘a great reporter’?
De ‘perfecte’ journalist doet research en publiceert gecontroleerde, gecheckte informatie die voorbijgaat aan het gerucht en aan de speculatie. Deze persoon onttrekt zich aan overheidsbemoeienis en is er in de eerste plaats op gericht burgers, i.c. het grote publiek te informeren. Want de besten onder hen zijn waakhonden van de democratie: zij ontmaskeren, klagen aan, springen op de bres voor wie niet voor zichzelf kan opkomen. Als belangrijkste eigenschap wordt hen een nieuwsneus toegedicht, en wel om drie redenen: een journalist dient feilloos aan te voelen wat nieuws is, welke nieuwsfeiten meteen bruikbaar zijn voor een goed verhaal en - bij een minder ontwikkeld orgaan- hoe je dat gebrek het beste kunt maskeren (Randall, 2000
2).

Opvallend = belangrijk
Bij de zoektocht naar nieuws hanteren journalisten heuristics, zoekprocedures, zoals beschreven in Op zoek naar nieuws van Jan Kleinnijenhuis (1990). Een van de belangrijkste zoekstrategieën naar nieuws is: kijken naar wat belangrijk is, naar wat afwijkt van het normale patroon. Wie zich onderscheiden van anderen, door gedrag, door haarkleur, door gebaren, door media-optreden, zijn voor journalisten belangwekkend. De voorbeelden liggen voor het oprapen: Maarten van Rossem, Theo van Gogh, Pim Fortuyn en Herman Heinsbroek om slechts enkelen te noemen.
Andere afwegingen om een gebeurtenis tot nieuws te bombarderen zijn frequentie (iets wat veelvuldig via de media in de nieuws is, daar kun je als journalist niet om heen), verandering (grote wijzigingen zoals ideologieën die honderdtachtig graden draaien, bepalen de nieuwsagenda). Daarbij komen nog eenduidigheid (als het kabinet zeker valt, dan staat dat feit vast, dus is het interessant voor een groot publiek), etnocentrisme (naarmate een land hechtere betrekking met Nederland onderhoudt, schenken media meer aandacht aan onderlinge relaties en gezamenlijke actoren) en onverwachtheid (feiten die zich plotseling voltrekken zijn interessanter dan zaken die iedereen al lang heeft zien aankomen). Ten slotte nog negativiteit (de fles is half leeg vinden journalisten ‘aardiger’ om te melden dan de fles is half vol).

Journalistieke demon
Tegen deze achtergrond van journalisten die opvattingen hebben over het vak en over de speurtocht naar nieuws, kijken we naar de centrale vraag: Welke rol speelt de journalistiek bij ‘demoniseren’, bij het als een ‘daemon’ (Lat. duivel, godheid, geest, boze geest) afschilderen van een persoon of van een groep?
Het woord ‘demoniseren’ is betrekkelijk jong. In de ‘dikke’ Van Dale (1989) komt het niet voor. Wel het grondwoord demon (in de betekenissen: 1. boze geest, 2. (fig.) duivels mens, slechtaard). Ewoud Sanders wijdde er in NRC Handelsblad een stukje aan, waarin hij meldde dat het sinds 1999 in de Grote Van Dale staat. Hij vond het woord bovendien in een boektitel uit 1978, maar in welke blijft onvermeld. Het woord ‘diaboliseren’, in het kielzog van 'demoniseren', ontbreekt in het woordenboek. Wel opgenomen is het woord ‘diabolisch’(bn. voor ‘duivels’).

Demoniseer-dichtheid
‘Demoniseren’, zelfs ‘diaboliseren’ in de krantkolommen. Hoe vaak komen die woorden voor en hoe gebruiken schrijvers deze begrippen? In de krantenbank, de database van de PCM-bladen (met onder meer Algemeen Dagblad, Het Parool, Trouw, de Volkskrant en NRC Handelsblad), komen in 2001 in totaal 118 treffers ‘demoniseren’ voor, het woord ‘diaboliseren’ ontbreekt.
Het aantal hits van ‘demoniseren’ in de PCM-database tot aan 9 oktober 2002 bedraagt 294 stuks. Dat is – geschat tot het einde van dat jaar - drie maal zo veel als een jaar eerder.
Er zijn twee momenten in 2002 waarbij de demoniseer-dichtheid groot is, namelijk op de dag van en kort na het taart-incident op 15 maart. De Biologische Bakkers Brigade (BBB) meende in Nieuwspoort de eerste man van de LPF op een braaksel- en uitwerpselentaart te moeten trakteren. En een bulk aan demoniseer-teksten verschijnt op en na de aanslag op Pim Fortuyn op 6 mei. Alleen al in die week komt het woord ‘demoniseren’ 107 keer in de PCM-kranten voor. Het woord ‘diaboliseren’ treft de lezer een maal aan.
Hoe gebruiken schrijvers ‘demoniseren’ en in welke context vooral? Wie krijgt de schuld van het als 'duivel' afschilderen van personen of groepen?

Negen maal ‘demoniseren’ in PCM-bladen: jan. – okt. 2002 (n = 294)

Citaat

Wie?

Demoniseerrichting / -woorden en - metaforen

1. 'Janmaat had gewoon voor een deel gelijk. En door de demonisering waaraan uw krant ook heeft meegedaan, kon dat allemaal niet meer gezegd worden'

Pim Fortuyn, in een interview met de Volkskrant op 9 februari 2002

Pim Fortuyn verwijt de media, i.c. de Volkskrant demonisering van Janmaat. Hij typeert de groep van veertig duizend asielzoekers met: ´enkele reis onderklasse´. Over de islam: ´een achterlijke cultuur´.

2. De demonisering van moslimmigranten die als symbool van de ingrijpende veranderingen zijn gaan dienen, is het tegenovergestelde van een dergelijk antwoord

Jan Breman en Peter van de Veer in een essay in Trouw op 1 maart 2002

Pim Fortuyn demoniseert moslimmigranten. Hem worden ´nationalistische reflexen´ verweten ´die iets willen terugroepen wat al verdwenen is of wellicht nooit heeft bestaan, de homogene natie´.

3. Sommigen in het campagneteam van de PvdA vrezen dat demonisering Fortuyn in de kaart speelt.

Bas Soetenhorst in de rubriek ‘De campagne’ in Het Parool op 2 maart 2002

Wim Kok demoniseert Fortuyn. Kok schildert Fortuyn af als ´haatzaaier´

4. Belaagde Fortuyn ‘gedemoniseerd’

Den Haag – Pim Fortuyn geeft premier Kok en de PvdA-leider Melkert indirect de schuld van het feit dat hij gisteren drie naar poep stinkende taarten in zijn gezicht kreeg. Fortuyn noemde het incident een uitvloeisel van de ‘demonisering’ van zijn persoon door de PvdA.

Politieke redactie van Trouw op 15 maart 2002, een dag na het taart-incident in Nieuwspoort.

Pim Fortuyn stelt dat de PvdA, met name Wim Kok en Ad Melkert, hem demoniseert. Taartgooiers noemen Fortuyn ´extreem-rechtse populist die aanzet tot racisme´.

5. Zij moesten nou maar eens ophouden met demonisering van zijn persoon

Job van de Sande in het Algemeen Dagblad op 15 maart 2002

Pim Fortuyn vindt dat Wim Kok en diens kabinet hem demoniseert. De actievoerders wilden ´het charisma van de onaantastbare extreem-rechtse populist´ doorbreken

6. ‘Demonisering door links heeft bij tragedie beslist een rol gespeeld'

Amsterdam – Bob Smalhout, vriend van Fortuyn en een van zijn naaste adviseurs, wees gisteren na de moord meteen op de sfeer die door links was gecreëerd, als achtergrond waarin de moord op Fortuyn kon plaatsvinden. Ook de pen was volgens Smalhout schuldig. Fortuyn zelf zei al dat hij werd gedemoniseerd, Smalhout voerde de term nog iets op en sprak van diabolisering.

Verslaggever in de Volkskrant op 7 mei 2002, een dag na de moord op Pim Fortuyn.

Het vriendenkamp(Bob Smalhout en Henk Westbroek) vindt dat Fortuyn werd gedemoniseerd, zelfs gediaboliseerd

Volgens Smalhout diskwalificeerde de pers Fortuyn met termen als racist, fascist en relnicht. Marcel van Dam noemde Fortuyn ´een minderwaardig mens´. Fortuyn zei over van Dam van ´hem fysiek onpasselijk´ te worden.

Journalisten associeerden Fortuyn impliciet met rechts-extremisten als Filip de Winter van het Vlaams Blok en Jean-Marie Le Pen.

7. Nu is het links dat zich gedemoniseerd voelt

Amsterdam – Linkse groeperingen ontvangen sinds de moord op Fortuyn een stroom aan bedreigingen, vooral via de telefoon en e-mail. In een bijeenkomst gisteren spraken ze over een demonisering van links.

Een verslaggever in Trouw op 15 mei 2002

Klein-links voelt zich gedemoniseerd. Mailtjes en telefoontjes gericht tot Links, met boodschappen als ´Vieze, vuile linkse ratten´.

8. Weekboek demonisering (1)

De Volkskrant begint de rubriek ‘ Weekboek Demonisering’ op 18 maart 2002

Wekelijks de vraag: Hebben de media Fortuyn gedemoniseerd?

9. Weekboek demonisering (2)

De Volkskrant met het Weekboek demonisering op 1 juni 2002

Wekelijks de vraag: Hebben de media Fortuyn gedemoniseerd?

 

Framing
Onderzoek van Entman (1993) heeft aangetoond dat journalisten het publiek kunnen beďnvloeden. Zijn theorie, framing, definieert hij als:
"To frame is to select some aspects of a perceived reality and make them more salient in a communicating text, in such a way as to promote a particular problem definition, causal interpretation, moral evaluation and/or treatment recommendation for the item described."
In dit mediaframe, waarin de werkelijkheid in een bepaalde samenhang wordt voorgesteld, presenteren journalisten 'hun' nieuws. Anders geformuleerd: in het communicatieproces van de media (Z>B>O>C) maken Zenders (journalisten) gebruik van al aanwezige, beoordelende frames (schemata) die hun waarden en normen representeren. Uit Deuze (2001) blijkt verder dat de meeste Nederlandse journalisten zich links (van het midden) positioneren. Deuze zegt er verder over:
"Nederlandse journalisten zien zichzelf niet primair als informeerder, maar dichten zich een actieve rol toe. Als opvoeder, als uitlegger van hoe de zaken in elkaar zitten en ze vinden het beďnvloeden van de publieke en politieke agenda belangrijk. Ik denk dat je hard kunt maken dat dit een gevolg is van de ver- en ontzuiling."
De ‘demoniseer-Boodschap’ in de krant bevat specifieke woorden, zinsdelen, stereotypische beelden, bronnen en versterkende clusters. Door het herhalen, het op prominente plaatsen zetten daarvan (bijvoorbeeld in koppen en leads) versterken ze de journalistieke inhoud. Daardoor benadrukken frames bepaalde ideeën meer dan andere (salient), krijgen andere minder aandacht of laten andersgekleurde opvattingen helemaal wegvallen.
De frames van het publiek willen wel eens niet helemaal sporen met die van journalisten. Maar in het algemeen is het zo dat zenders en Ontvangers een gemeenschappelijke Cultuur hebben. Die roept een aantal gemeenschappelijke frames op die beiden kennen. Deze frames lijken op metaforen die wij gemeenschappelijk hebben, zoals de wuivende hand uit de wagon vol vluchtende Kosovaren van Macedonië terug naar Kosovo. Of, wat langer geleden, de Amerikaanse mariniers die een vlag plantten op een eiland in de Stille Zuidzee als symbool van de overwinning op de Japanners aan het einde van de Tweede Wereldoorlog. Zo'n sterk beeld, dat brandweerlieden in de dagen na 11 september 2001 tot eenzelfde daad overgingen, dit maal op Ground Zero.

Nieuwsframes
Valkenburg, Semetko en De Vreese (1999) werken vijf soorten nieuwsframes uit: rondom 1. conflict, 2. human interest, 3. economie, 4. moraliteit en 5. verantwoordelijkheid. In verkiezingstijd worden frames met conflicterende belangen gemaakt: de ontvangers snappen de boodschap beter als ‘links’ tegenover ‘rechts’ staat, goed tegenover kwaad, pluche tegenover oppositie.
In een human interest frame staat het persoonlijke centraal. Het publiek kan zich beter inleven in een persoon dan in een zaak of een ding. Het economische frame werkt de financiële gevolgen uit voor een individu, voor een groep of voor de bevolking. De portemonnee raakt veel mensen. In het morele frame komen de waarden en normen van een samenleving terug. Allerlei ethische kwesties worden erin besproken. Het verantwoordelijkheidsframe doet een appčl op de collectieve verantwoordelijkheid voor sociale onderwerpen. Zo toonde Iyengar (1989) aan dat Amerikaanse bijstandsmoeders in de media de schuld kregen van armoede, niet de regering. Steeds blijkt dat woorden en beelden dragers zijn van frames.

Demoniseerframe
In de media, in PCM-bladen en daarbuiten (Job Friezo van het NOS Journaal hield Fortuyn het partijprogramma van Janmaat voor, en vroeg: 'Waarin wijkt u af van de CD?') is sinds 9 februari 2002 een demoniseerframe ontstaan: woorden, zinnen, typeringen maken dat in kranten, tijdschriften op radio, tv en internet een frame van Pim Fortuyn kon worden opgebouwd. Daarin zitten woorden (haatzaaier, relnicht, extreem-rechtse populist, een Jörg Haider, een Filip de Winter, een Jean-Marie Le Pen, racist en fascist) maar ook uitspraken van hem en anderen die zijn aangewend hem als zodanig af te schilderen (‘Asielzoekers zijn een onderklasse' , 'Geen islamiet komt er meer in', 'De islam is een achterlijke cultuur', 'Fortuyn is een minderwaardig mens'). Dat journalisten dat zo voelen, komt naar voren in het artikel 'Terug naar Fortuyn', in het Volkskrant magazine van 26 oktober 2002. Daarin schrijft Frank Poorthuis: "Het kabinet is gevallen, de Lijst Pim Fortuyn ligt aan scherven. Terug naar de bron: het interview met Fortuyn in de Volkskrant van 9 februari 2002, de aanleiding tot oprichting van de LPF." De houding van journalisten jegens hem blijkt uit de voorbereiding tot het geruchtmakende interview: ' We gaan er knalhard in', zei de een. (... de ander): Grappend: 'Pas het laatste kwartier gaan we hem een racist noemen.' .

 

Schuldig of niet?
Hebben de media Fortuyn gedemoniseerd? In de Volkskrant, in Weekboek Demonisering (1) klinkt vier maal ´ja´, één persoon twijfelt, en twee reageren ontkennend. Degenen die bevestigend antwoorden stellen dat ´Woorden gevaarlijker zijn dan kogels. Woorden zijn gif´. En: `Zijn rivalen in de politiek, inclusief journalisten met een eigen agenda, hebben hem moedwillig misverstaan en zo het klimaat helpen scheppen waarin eerst de taarten rondvlogen en toen de kogels.´ De anderen stellen dat Pim Fortuyn juist door de media tot een politieke megaster is opgeblazen. En: ´Zijn dood heeft bovenal het gevaar van ongeremde mediahypen blootgelegd´.
Cees Hamelink wees er in Weekboek Demonisering ( 2 ) op, dat het woord demoniseren veel te lichtzinnig is gebruikt. Het echte demoniseren vond naar zijn mening plaats in het Derde Rijk en in Rwanda. Daarbij ging en gaat het om het onthumaniseren. En daarvan was bij Pim Fortuyn geen sprake.
Journalisten pareren de vraag of zij hebben bijgedragen aan de demonisering van Pim Fortuyn met de verwijzing naar de oude wijsheid dat de boodschapper nooit de schuld mag krijgen van de boodschap. Maar om hen alleen maar als doorgeefluik van Pims boodschap te bestempelen, gaat in dit geval wel erg ver. Journalisten en politici moeten 'gewoon' meedoen aan de mediacratie, want anders worden hun standpunten onvoldoende voor het voetlicht gebracht. Het lijkt erop alsof zij tot elkaar zijn veroordeeld en alsof zij samen frames aan het bouwen zijn.

Woord & betekenis
Bij Hamelink wordt zichtbaar dat hij de betekenis van ‘demoniseren’ met ‘onthumaniseren’ verbindt. Het pejoratieve karakter van deze toevoeging moge duidelijk zijn. De betekenissen die gezamenlijk het betekenisprofiel van een woord vormen, staan in een zekere relatie tot elkaar: de oudste betekenis staat voorop. Deze benadering van ‘woord’ en ‘betekenis’ wordt semasiologie genoemd. Binnen dit concept past de toevoeging ‘onthumaniseren’ van Hamelink.
Wie nog verder gaat en inbouwt dat woorden niet op zichzelf staan, maar deel uitmaken van een woordveld en van een context, komt tot de toevoeging ‘diaboliseren’. Dit deel van de betekenisstudie wordt onomasiologie genoemd.
Uit onderzoek naar de betekenisverandering van ‘asielzoekers’, ‘vluchtelingen’ en ‘illegalen’ blijkt, dat deze woorden en hun betekenissen in elkaars paradigma overlopen. Anders gezegd: was een ‘vluchteling’ in 1994 ‘iemand die op de vlucht was’, onder invloed van veranderend gebruik van dat woord in (journalistieke) teksten worden er in 1998 en later betekeniselementen van ‘illegalen’ aan toegevoegd. Kaashoek (2003).
Eenzelfde ontwikkeling is voor ‘demoniseren’ te verwachten. Ook na de dood van Fortuyn gaat het demoniseren nog even door, met name in het Utrechts Nieuwsblad, waarin columnist Jan Rensen Theo van Gogh als fervent demonisant afschildert. In de woorden van Rensen is het nu onderhand tijd ´deze steenpuist van de Nederlandse maatschappij uit te knijpen´.
De meningen zijn verdeeld over de rol van de journalistiek in het als haatzaaier en demon afschilderen van Pim Fortuyn. Van diaboliseren van Fortuyn is geen sprake geweest: daarvoor werd hij te vroeg uit ons midden weggenomen. Door een kogel die van links kwam, volgens een woordvoerder van LPF, daags na de aanslag.
Demoniseren kan in media niet zonder woorden, zonder metaforen, die een veranderende betekenis bewerkstelligen. Het demoniseerframe past prima in onze mediacratie, waarbij het niet langer gaat om een genuanceerde, betekenisvolle inhoud, maar om een kreet, een stigma, een teken. Iets saillants, iets wat in de hersens van het publiek wordt gebrand.

© Piet Kaashoek (2002)

 

Literatuur:

M. Deuze (2001), Journalists in The Netherlands: an analysis of the people, the issues and the (inter-) national environment, Aksant, Amsterdam.
R. Entman (1993), 'Framing: Toward clarification of a framed paradigm', in: Journal of communication (43), 51-58.
P. Kaashoek (2003), Van gastarbeider naar ‘witte’ illegaal, EUR, Rotterdam.
J. Kleinnijenhuis (1990), Op zoek naar nieuws, VU Uitgeverij, Amsterdam.
F. Poorthuis(2002), 'Terug naar Fortuyn', in: het Volkskrant magazine (160),14-18.
D. Randall (2002), The Universal Journalist, Pluto Press, London, 2nd ed.
E. Sanders (2002), ‘Demonisering’, in: NRC Handelsblad, 13 mei 2002.
S. Iyengar (1989), ‘How citizens think about national issues: a matter of responsibility, in: American Journal of Political Science (33), 878-900.
P. Valkenburg, H. Semetko, C. de Vreese (1999), 
'The effect of news frames on readers'thoughts and recall', in: Communication research (26), 550-569.