Metaforen
van een ‘slachtofferloze oorlog’ in
Kosovo
(Piet Kaashoek)
Volgens de Navo
zijn er in de oorlog tegen Joegoslavië tot heden aan de kant van het
bondgenootschap geen militaire
slachtoffers gevallen. Wel zitten er drie ‘onfortuinlijke’ Amerikaanse
‘verkenners’ in Servische gevangenschap. De officiële kanalen in Belgrado bestempelen deze soldaten
tot ‘spionnen’ en reppen van
meer dan duizend burgerslachtoffers: weerloze burgers, omgekomen door
Navo-bommen. Welke beelden domineren deze oorlog om Kosovo?
Media in het Westen berichten over ‘doodseskaders’ die in Kosovo in actie komen. Kranten in Joegoslavië maken gewag van paramilitaire troepen die in de opstandige provincie de orde handhaven. CNN laat weten dat er weliswaar een Stealth-bommenwerper (Stealth betekent ‘stiekemerd’) is neergestort in de buurt van Belgrado, maar dat de piloot dankzij een reddingsactie van Amerikaanse commando’s in veiligheid is gebracht. President Clinton bedankt de ‘moedige soldaten’ voor hun vakmanschap en moed. De Joegoslavische tv , het persbureau Tanjug en de Internetsite www.beograd.com melden dat het toestel dankzij hun ‘voortreffelijke luchtafweer’ is neergeschoten. De foto’s van de neergehaalde eenpersoonsbommenwerper op de site laten aan duidelijkheid niets te wensen over. Welke woorden, welke metaforen dringen Westerse media lezers en kijkers op, en wat is het antwoord van Milosevic? De meest extreme uitingen, van zowel Belgrado als Prestina, staan op het Internet. Daar vloeit letterlijk en figuurlijk bloed.
De onderzoekers George Lakoff en Mark Johnson stellen in het boek ‘Metaphors We Live By’ (1980) dat metaforen niet alleen iets met taal te maken hebben, maar ook met het denken en met het wereldbeeld. In de Middeleeuwen bijvoorbeeld sprak niemand het woord ‘duivel’ hardop uit, in de veronderstelling dat je deze kwade macht ook opriep. Metaforen verhullen ook. Lakoff onderzocht het gebruik van metaforen door de Amerikaanse overheid in aanloop tot de Golfoorlog. Beelden en ‘woorden die tot beeldvorming leiden’ plegen een aanslag op het voorstellingsvermogen van wie leest, luistert en kijkt. Goed gekozen metaforen lijken zich in de hersenen van de lezers en kijkers te branden.
De laatste week van maart 1999 laat minister van Defensie Frank de Grave het woord ‘oorlog’ niet over zijn lippen komen. Sterker nog: in de berichtgeving lijkt het in Kosovo, maar ook in Servië en Montenegro, want ook daar vallen Navo-bommen, te gaan om een vredesoperatie, een actie bedoeld om de volkerenmoord op etnische Albanezen te stuiten. De effecten van de oorlogshandelingen zijn tot op heden negatief, getuige de honderdduizenden vluchtelingen in de buurlanden en de halsstarrige houding van de Servische sterke man Milosevic (door Clinton inmiddels tot ‘war criminal’ bestempeld).
Een oorlogsverklaring van de Nederlandse regering aan Joegoslavië is achterwege gebleven. Premier Kok is tot op de dag van vandaag op de Nederlandse televisie niets komen uitleggen. Officiële reacties uit Belgrado spreken steeds over een ‘laffe oorlog’ , een schending van de rechten van een soeverein land. Op grote spandoeken in Belgrado staat te lezen ‘Nato fuck you’. Wie via het Internet steun wil betuigen aan het onder vuur liggende Joegoslavische volk, kan terecht op adres www.gov.yu. Ook valt een schietschijf met het opschrift ‘target’ te downloaden, intussen hét symbool van Servische vredelievendheid en onverzettelijkheid.
Defensiekringen in Brussel en Den Haag schetsen het beeld dat de aanvallen zich vooral richten op het uitschakelen van de Joegoslavische luchtverdediging en de militaire infrastructuur. Niemand heeft daar tot nu toe beelden van gezien, wel van in brand geschoten fabrieken en van (herhaalde) uit elkaar spattende opslagplaatsen, in slow motion.
Het ANP bericht dat de luchtverdediging van Joegoslavië, het SAM-6 systeem, voor de Navo verborgen blijft. Clingendaelmedewerkers, veel gevraagd dezer dagen, vermoeden dat de Serviërs uit tactische overwegingen handelen. De Nederlandse detachementscommandant Abma, die het bevel voert over de Nederlandse en Belgische F16’s, zegt dat dergelijke raketten wel zijn afgevuurd, maar dat de Nato-vliegtuigen ze konden ontwijken. Hier dringt zich het beeld op van de Navo-superioriteit. Maar ook dat de gewiekste Milosevic zich door de ‘smart technology’ niet van de wijs laat brengen en op het goede moment zal terugslaan. Beeldvorming dus op het scherpst van de snede.
Navo-opperbevelhebber Clark spreekt over bendes van doorgewinterde criminelen die als onderdeel van het Joegoslavische leger worden ingezet bij de etnische zuivering van de etnisch Albanese bevolking. De naam van de Servische crimineel Arkan (wat in het servokroatisch ‘roofkat’ betekent) met zijn huurlingenleger valt weer (de manschappen worden ‘tijgers’ genoemd, metafoor voor ‘roofdieren’). Repressie op grote schaal tegen de etnische Albanezen (90 procent van de Kosovaren) is volgens het UÇK, het front dat strijdt voor een onafhankelijk Kosovo, al in januari dit jaar begonnen. De regering in Belgrado weerspreekt deze beschuldigen en stelt dat meer dan een miljoen mensen op drift is geraakt als gevolg van de Navo-bombardementen. De vluchtenden zijn volgens de Joegoslavische regering ‘schuldigen’ aan deze vuile oorlog, het zijn allemaal aanhangers en medestanders van het UÇK.
De politiek van etnische zuiveringen, in het bijzonder van Servianisering, bestaat ruim tien jaar. In 1989 maakt de Servische leider Milosevic duidelijk wat hij wil: een groot-Servië, waarbij de autonomie van met name Kosovo wordt ingetrokken. Dat etnische zuiverheid, onderbouwd met een ‘Blut und Boden-theorie’, tot op de dag van vandaag een grote rol speelt, blijkt wel uit de officiële Tanjug-reactie als reactie op de oproep van de Amerikaanse president Clinton daags na de eerste Navo-aanvallen. De Amerikaanse leider riep op 26 maart het Servische volk op, en dan met name de ‘mensen van goede wil’, de overeenkomst van Rambouillet te ondersteunen. Wat Belgrado de Amerikaanse president nog wel het meeste aanwrijft is het feit dat hij geen melding maakt van de etnische zuivering, uitgevoerd door Kroaten in Krajina, de Kroatische provincie die voor een deel uit etnische Serviërs bestond. Tanjug heeft het over de verdrijving van een kwart miljoen Serviërs ‘from their ancestral homes in Krajina’.
De etnische zuiveringen in Kosovo gaan gepaard met verhalen die aan een horrorfilm zijn ontleend. In de krant van maandag 29 maart laat correspondent Max Steenberghe, werkzaam voor de kranten van VNU, iman Luma Rucan het verhaal van de jonge vrouw Saheila vertellen. Haar man, een van de strijders van het UÇK, treffen Servische milities niet thuis. Op de vraag waar hij zit, loog Saheila dat-ie op het veld aan het werken was. Toen een van de overvallers in de dampende bonensoep roerde en constateerde dat er geen vlees in zat, wisten de anderen daar wel raad mee. Het hoofdje van de baby werd van de romp gesneden en belandde in de soep. In een gebied waar bloedwraak nog gewoon is, laat het zich raden wat dergelijke verhalen, ook al komen ze uit tweede of derde hand, te weeg brengen. Zoiets tart iedere verbeelding. Deze metaforen, beelden van een al dan niet verzonnen of sterk overdreven gruwelijke werkelijkheid, nestelen zich in het geheugen van luisteraars en lezers.
De Balkan, en in het bijzonder Kosovo, is nu gehuld in nevels van bloed. Het Internet toont ongecensureerde beelden van de haat. De beschuldigingen in beeld (foto), cartoon en tekst flitsen over en weer: van Kosovaren naar Serviërs en terug. De officiële site van de Joegoslavische regering, te vinden op het Web, www.gov.yu, heeft een hoog Kosovo-gehalte. De etnische Albanezen op hun beurt bestoken de regering van Milosovic met hun propaganda. Zij zijn te vinden op het adres www.kosova.com. Het laatste nieuws is van 24 maart, de dag van de Navo-aanvallen.
Behalve een Kosovo-dossier aangelegd door het kamp van
Milosevic, waarin de Internetter teksten
kan aanklikken met koppen als ‘ Geo-politics of the Albanian Separatism’,
‘Ethnic terror’, ‘Christianity as a taget’ komt de Internetsurfer
gruwelijke foto’s tegen, gemaakt door het UÇK. Het zijn volgens het
bijschrift afbeeldingen van slachtoffers die in Reçak zijn gevallen, op 15
januari dit jaar. De teksten, te vinden in het Kosova Daily Report, van 24
maart, gemaakt in Prestina, liegen er niet om. Enkele
koppen: ‘Serbs burn Albanian houses in Podujeva’; ‘ 14 houses burned, 200
vandalized and looted in Barileva village of Pristina’ .
Welke beelden schetsen de Serviërs van zichzelf en op welke wijze stellen zij hun opponenten voor op het Internet? De site van Joegoslavië kent een aparte sectie die gaat over de mediaoorlog. Daar vindt de surfer een cartoon waarop een bebloede vinger de swastika schrijft. Met de s in het runeschrift van de nazi’s is het woord ‘serbia’ zichtbaar. Volgens de propagandist van deze site schilderen kranten en tijdschriften in de wereld Serviërs af als barbaren, oorlogshitsers, nazi’s, dronken bandieten en moordenaars. In cartoons zouden karikaturen worden gemaakt van Serviërs als varken, dinosaurus, hyena en monster. Politieke leiders, lees Milosevic, gaan door het leven als oorlogsmisdadiger en slager van de Balkan.
De Joegoslavische regering roept in het door haar aangelegde Kosovo-dossier een beeld op van terroristische Albanezen, die een afscheidingsoorlog voeren. Deze strijders van het UÇK streven een groot-Albanië na, een moslimstaat. Zij zouden hun doelen willen realiseren met behulp van wapens, gefinancieerd met drugsverkopen. De uitgestoken hand van de christelijke, geciviliseerde Serviërs daarbij negerend. Milosevic als christenridder op kruistocht tegen de barbaren, die in het Servisch ‘balija’ genoemd worden, een scheldwoord voor muzelman. De titel van het Kosovo-dossier luidt veelbetekenend: ‘Through terrorism to indepence’. Begrippen als ‘Albanees separarisme’, ‘kleine oorlog’, ‘honderd jaar terreur’, zogenaamde Kosovo Bevrijdings Leger en ‘Albanese mafia’ voeren de boventoon.
De Kosovaren en de Albanezen op hun beurt bestempelen de Serviërs in Kosovo tot ‘Serb snipers’, ‘unknown assailants’. De scheldmetafoor bij uitstek in hun taal is het woord ‘vlah’ dat zoveel betekent als ‘schapenhoeder’, iemand die lang op een berg zit, van nature lui is en weinig beschaving toont.
Dat vrije infomatie, waarbij oordelen en vooroordelen, haatmetaforen en oorlogszuchtige taal, een schaars goed is op de Balkan moge duidelijk worden toen het Joegoslavische ministerie van Voorlichting een groot aantal Westerse en inlandse journalisten muilkorfde en hen het werken onmogelijk maakte. De vrije radio, te beluisteren op het Web, www.B92.net, is inmiddels in Servische handen. Tevergeefs tekende Amnesty International protest aan. In de verklaring van deze mensenrechtenorganisatie wordt duidelijk dat Milosevic er alles aan gelegen is ieder dissident geluid te smoren. Drie Servische journalisten van Dnevni Telegraf draaiden de gevangenis in, omdat zij kritiek op een minister hadden geuit. Op 21 maart kreeg Koha Ditore, de enige krant in Kosovo die in het Albanees verschijnt, een boete van 50.000 Amerikaanse dollar. Eenzelfde bedrag zag hoofdredacteur Baton Haxhiu tegen zich eisen. Voor de krant wil dat zoveel zeggen als sluiting, want bij wanbetaling volgt onmiddellijk confiscatie van apparatuur. Het maandsalaris van een (hoofd)redacteur bedraagt 120 dollar. Al zou hij heel zijn leven voor niks werken, dan komt hij nog niet aan 50.000 dollar. Dat leven is mogelijk voortijdig beëindigd, want op 30 maart volgt het bericht dat vijf vooraanstaande Albanese Kosovaren door de Serviërs zijn geëxecuteerd, onder wie Baton Haxhiu.
Op het Internet blijken de Albanezen uit Kosovo al sinds 24 maart weggezuiverd. Hun site is vanaf die dag niet meer geactualiseerd. Andere, Servische sites zijn nog: www.srpska-mreza.com (zeer nationalistisch) en www.ssz.org. De schietschijf is ook te vinden op de ultranationalistische site www.visualwaste.com. De socialistische partij van Joegoslavië heeft een eigen plekje op het Web: www.sps.org. Daarop is een ‘interview’ met Milsosevic te vinden, waarin 233 vragen aan de leider worden gesteld.
Albanië heeft een eigen site, gericht op het nieuws over de oorlog (www.albaniannews.com). Macedonië laat de eigen, vooral op toerisme gerichte site in de lucht. Het is net alsof deze voormalige republiek van Joegoslavië geen vluchtelingenprobleem heeft, althans daarvan blijkt niets op het Internet (www.macedonia.com).
Het persagentschap van Macedonië geeft enkele berichten. De toon daarvan is pro-Russisch: Jeltsin zal niet toestaan dat de Navo Milosevic tot overgave dwingt. Ook in dat land heeft de zuivering om zich heen gegrepen. Het is niet toevallig dat de grenswachten in Macedonië juichten, toen een trein volgepropt met etnisch-Albanese vluchtelingen op weg naar de vrijheid in niemandsland tot stilstand werd gebracht en werd gedwongen terug te tjoeken, terug naar Kosovo.
Illustratiesuggestie:
· enkele prints van internetpagina’s (www.beograd.com en www.srpska-mreza.com)