Tv-maker
en filosoof Michael Ignatieff:
‘Strijden
voor een minder wrede wereld’
(Piet Kaashoek)
Michael Ignatieff. Geboren in 1947 in Toronto. Zoon van een genaturaliseerde Rus. Woonde als 11-jarige in Belgrado, waar zijn vader als Canadees ambassadeur werkte. Zijn band met Joegoslavië stamt uit die tijd, zegt hij zelf. Tijdens de Nexus-lezing (The Age of Bad Faith) aan de Katholieke Universititeit Brabant (KUB) op 24 oktober daarover: “Geen volk in Europa werd met meer wantrouwen bejegend dan de Serviërs. Geen bevolking ontving meer hoon voor hun democratie dan de Serven, in het bijzonder van rechtse intellectuelen in het Westen. Nu zij hun leider aan de kant hebben geschoven die de verkiezingszege onder hun neus wilde wegkapen, is het minste dat we kunnen doen, toegeven dat zij ons een lesje in burgermoed en democratisch vertrouwen hebben geleerd.”
Dat Michael Ignatieff geen intellectueel is, die achteroverleunend gemakkelijke commentaren geeft, blijkt wel uit de werkwijze van deze nieuwe directeur, per 1 september, van het Institute for Human Rights aan de Universiteit van Harvard. Ignatieff strijdt voor een minder wrede wereld, zoals hij zelf zegt. Bood een dag na de Tilburgse lezing Kofi Annan in Londen een rapport aan over Kosovo. Presenteerde niet alleen jarenlang het programma The Late Show (BBC), maar maakte ook de pas uitgezonden documentaire Future War (een drieluik over de toekomst van de oorlog).
Daartoe was hij steeds in de vuurlinies te vinden, deze bevlogen liberaal, zoals hij zichzelf beschouwt. In interviews zegt hij steeds de man te zijn die het denken en het waarnemen wil combineren: “Ik wil altijd zien waarover ik schrijf of films maak.” Tien jaar geleden keerde Ignatieff de universiteit een tijdje de rug toe om voor de BBC documentaires te maken, al is de journalistiek niet zijn lotsbestemming geworden. Daarover: “De scheidslijn tussen reportage en reflectie, tussen journalistiek en academie wens ik niet te trekken. De beste wetenschappers zijn goede journalisten en andersom.”
In de lezing aan de KUB kiest Michael Ignatieff voor een alter ego, de Italiaanse uitgever en filosoof Nicola Chiaromonte, die in het essay The Age of Bad Faith (Het tijdperk van kwade trouw) in 1966 stelt dat ons vertrouwen in morele vooruitgang is vernietigd. Chiaromonte schreef dat op het toppunt van de Koude Oorlog en worstelde met de vraag hoe morele en politieke betrokkenheid te tonen, zonder zijn intellectuele vrijheid en eerlijkheid te moeten opgeven. Welk dilemma ervoer de Italiaan? Als student had hij tegen Mussolini gevochten als lid van de socialistische groepering Giustizia e Liberta. Maar gerechtigheid en vrijheid werden in het socialisme van Stalin de nek omgedraaid. Over die dubbelheid, waarbij het woord socialisme door liberalisme is vervangen, 35 jaar later, filosofeert Ignatieff.
De Canadese denker-wetenschapper komt tot de slotsom dat hij, in tegenstelling tot de Italiaan, wel heil ziet in de na-oorlogse massacultuur. Waar Chiaromonte in de kunst en de maatschappij van de jaren zestig geen respect zag voor schoonheid, rechtvaardigheid en waarheid, daar ontwaart Ignatieff positieve tendensen. Ingnatieff: “ Het draait om vertrouwen in de medeburgers, in de democratie, in de ratio en in de strijd de menselijke wreedheden uit te bannen. Democratie is onmogelijk als je daar niet in gelooft.”
Op de vraag waar journalisten dan staan, in een tijd waarin een zeker cynisme over de politiek en over de maatschappij is neergedaald, antwoordt Ignatieff dat hem een herstel van het geloof in het liberalisme voor ogen staat. Dat houdt niet een ongebreideld kapitalisme in, absoluut niet, maar het is de opmaat voor een betere wereld. Voorwaarde is wel dat journalisten hun neo-koloniale arrogantie jegens niet-Westese culturen vaarwel zeggen.
Ignatieff zelf gaf het goede voorbeeld door een prachtige
documentaire te maken over de Zuid-Afrikaanse Waarheidscommissie.
Ignatieff daarover: “De zwarte bevolking in Zuid-Afrika werd door
niemand geholpen, maar maakte zelf een einde aan de apartheid. Daarna bepaalde
de Waarheidscommissie zelf haar eigen morele vooruitgang.”
Journalistiek en politiek zonder arrogantie en zonder het eigen gelijk op
de voorgrond, met ruimte voor inbreng van anderen.
©
P.Kaashoek