Nederland is hulpsheriff van de VS

Volgens Onze Koninklijke Volksschrijver Gerard Reve zijn Nederlanders melkdrinkende Duitsers. Toegegeven. Het percentage blonde haren en blauwe ogen is de laatste twintig jaar afgenomen. De luidruchtigheid op straat en pleinen is echter gebleven. En het chauvinisme bij afwezigheid van Oranje op het WK-voetbal. ‘Het’ hangt als een klam laken over ons land.

De Duitsers op hun beurt hebben ‘ons’ ontdekt. Net over de grens is een liedje op de radio te beluisteren waarin een of andere Schlager Sanger ‘onze afwezigheid’ in Korea en Japan breed uitmeet. Bij uitschakeling van onze oosterburen slaan Gerard Joling en Jan Rietman vast terug met ‘Tof, tof, tof / Uit met die mof’.

Maar er zijn veranderingen waarneembaar. Onze identiteit gaat overzee. De Oranje vrijstaat achter de blanke top der duinen dreigt af te glijden naar een bedenkelijk niveau. Nederlanders lijken steeds meer op Amerikanen. Wij worden dik, dikker dikst. Dat feit brengt zelfs bij SBS6 televisieprogramma’s als Big Diet voort. Zielige vetzakken die hun strijd tegen calorieën exploiteren.

Wat voor mensen geldt, is eveneens in de maatschappij zichtbaar. De snerpende observaties van the American way of live, gemaakt door de socioloog George Ritzer (McDonaldization of Society), gaan ook voor Nederland op: Een polderland vol vreetschuren van McDonald’s. Achter elke façade van felbeschilderd, schreeuwerig karton, liggen de Big, Bigger, Biggest Mac’s op ons te wachten. In de 24-uurs economie waarin we gevangen zitten, werken we deze vette hap snel, sneller, snelst naar binnen. Geen tijd om na te denken over gevolgen als hart- en vaatziektes, BSE en kanker.

De veramerikanisering draaft verder: Engels is de taal van de wetenschap geworden. We hollen terug in de tijd, naar de zestiende en zeventiende eeuw, toen aan Nederlandse universiteiten de ‘dode taal’ Latijn voertaal was. De prins van onze dichters, P.C. Hooft, naar wie de Staatsprijs der Letteren is vernoemd, heeft indertijd gevochten voor het Nederlands als taal van Letteren en van Geest. Ik vrees dat we als nieuwe prijs de G. W. Bush Award mogen verwelkomen. Hij is tenslotte ook een groot intellectueel.

Dat Nederland een van de satellietstaten van Noord-Amerika is geworden, laten onze politici dagelijks zien. Het nieuwe parlement en de aanstaande regering hebben met de ogen dicht voor het miljardenkostend speeltje, de Joint Fight Striker gekozen. Kamer en landsbestuur protesteren niet eens tegen de plannen van de Yankees dit Laagste Landje bij de Zee binnen te vallen, zodra zich voor hen onwelgevallige zaken bij het Internationale Strafhof in Den Haag voordoen. Het strand bij Scheveningen is door het State Departement al ingedeeld in de landingssectoren New York, Twin Towers en Ground Zero. Chief Commander Bush heeft trouwens geen enkele compassie met onze libertijnse heilstaat aan de Noordzee, waar seks, drugs & rock ’n roll symbolisch in de nationale driekleur terugkomen.

Na 11 september heeft het land van onbegrensde mogelijkheden, van vrije meningsuiting, van vrijheid en democratie in de strijd tegen ‘terrorisme’ alle burgerrechten aan de kant gezet. Het is nu ‘normaal’ een van de eigen ingezetenen, verdacht van poging tot aanslag met een vuile bom, een maand in voorarrest te nemen. En dat zonder enige vorm van rechtsbescherming. Ik kan dat niet anders dan staatsterrorisme noemen. Amerika is hard op weg een van de schurkenstaten van deze aardkloot te worden.

Bang als we zijn van Uncle Sam lopen we kwispelend achter George W. Bush aan. Wie niet voor is, is immers tegen. Als bijwagen van de VS ontwikkelt Nederland zich in rap tempo tot hulpsheriff van Amerika.

Piet Kaashoek