Wat blijft van Pim is de afkorting

Dood was vroeger dood. Zand erover. Maar dat is niet meer. Tegenwoordig is menig begrafenis of crematie een show met veel muziek, kolossale bloemstukken en soms zelfs drank. Het lijkt erop alsof het mensen van nu om uiterlijkheden te doen is en amper om de binnenkant, om de ideeën, om de herinnering aan de persoon.

Vorige week werd een bekende Nederlander opnieuw ter aarde besteld. Onder de filmlampen van SBS6 groeven doodsbidders de kist van  Pim Fortuyn op. Plaats van handeling: de begraafplaats Westerveld.  Daarna volgde zaterdag de overtocht per vliegtuig naar Noord-Italië, naar Provesano. Waar bijzetting in een kolossale,  witmarmeren sarcofaag op het dorpse kerkhof plaatshad, na een gregoriaanse mis, opgevoerd door pastoor Don Rigilo. Allemaal onder regie van de commerciële zender, die daar niets aan mocht verdienen. Een woordvoerder van de omroep gaf als argument dat SBS6 van het volk is, zoals Pim dat ook was.

Wie getuige wilde zijn van de herbegrafenis kon een tocht met excursies naar Provesano boeken,  voor het bedrag van € 469. Het ging om een driedaags arrangement: Vliegreis Amsterdam – Venetië. Drie dagen autohuur, geen luxe wagen maar een simpele Opel Corsa. Twee nachten hotel in Udine, 25 km van Provensano,  en een tripje naar Venetië. Echt storm hoefde het niet te lopen, volgens een woordvoerder van de tour operator, die stelselmatig in de media vragen over lijkenpikkerij ontweek. Het was afwachten of op het plein van dit dorpje of in de nabijheid van de begraafplaats merchandise te koop zou zijn, in de vorm van petjes, stropdassen, videobanden, sleutelhangers, miniatuurtjes van de tombe en Mariakaarsen.

Op televisie hebben wij  kunnen kennismaken met Provesano, een onooglijk dorp in Noord-Italië, ergens in de middle of nowhere. Een plek waar Fortuyn zich bij leven en welzijn thuisvoelde, waar hij een huis kocht en waar hij bijgezet wilde worden, in het grootste marmeren graf van Noord-Italië en omstreken. De bevriende Bruno Ambrosio was op zoek gegaan naar een blok wit marmer zonder nerf van ruim 35.000 kilo. Op een foto zagen we hem tegen de kopse kant van het blok steen aan afgebeeld. Zijn armen uitgestrekt, als een ietwat dikke Italiaanse Jezus:  Zo groot, zo groot, zo groot…

Hoe zullen wij ons Pim Fortuyn herinneren?  Vroeger dacht ik dat grote dichters, denkers en politici weelderig zouden worden herdacht. Dat fans plakboeken zouden maken, zoals verzamelaars hun suikerzakjes koesteren. Niets is minder waar.  De dichter Lucebert  is de vergetelheid  ontstegen dankzij slechts één regel, groot geprojecteerd op een Rotterdamse gevel: Alles van waarde is weerloos.  De filosoof Descartes heeft zichzelf overleefd met: Cogito ergo sum (Ik denk, dus ik ben).  De politicus Kennedy heeft het dodenrijk bezworen met  ‘Ich bin ein Berliner’. Poëzie, gedachte en ideologie in één zin samengebald.

Pim, een kindernaam voor ‘Wim’,  had  eens ‘Wim’ willen worden: premier,  een soort burgemeester van Nederland.  Wat uiteindelijk restte,  is zijn politieke erfenis. Deze week is zijn geesteskind Lijst Pim Fortuyn regeringspartij. Het kan geen toeval zijn dat de geestelijke vader ‘voortleeft’  in een marmeren praalgraf in Provesano, zo’n vijftig centimeter boven het maaiveld van de Po-vlakte, niet langer in de drassige aarde van het Hollandse polderland. En dat er in Nederland een drieletterwoord overblijft: LPF. Een afkorting als laatste eertoon aan een gepassioneerd leven in de politiek.

Piet Kaashoek

 

Dit was de laatste column voor Metro. Zie ook nieuws.