Voor een knikje van de keizer

 De keizer van Japan daalde vandaag op onze aarde neder. Evenals onze Majesteit een symbool,  in wiens en wier   naam is gemoord, verkracht en geplunderd.  Inmiddels heeft  de sorry-cultuur  in het land van de Rijzende Zon  vaste voet aan aan de grond gekregen.  In de aanloop tot dit staatsbezoek peuterde  premier Kok woorden van spijt van de Japanse regering los.  De keizer zelf  bleef niet achter. Enkele weken terug boog hij het hoofd.  En bood zijn excuses aan voor wat in de oorlog in naam van zijn  Heilige Vader was aangericht.

Mogen wij nu van deze keizerlijke Hoogheid  meer verwachten?  Op meer rekenen? Meer eisen?  Absoluut niet. Ik word narrig van onze dubbele,  al te Hollandse moraal. Langer dan vijftig jaar zeuren. En erger: blijven roepen om geld.  Alsof de pijn van toen, nu in klinkende munt -  liefst in dollars want de yen is geen  sterke munt - dient te worden betaald. Alsof wij geen boter, kaas en eieren op onze  hoofden torsen.   Burgers in Joegoslavië beleefden vorig jaar uit onze naam dagelijks hun eigen, nationale  rampen, in omvang steeds vergelijkbaar met die in Enschede. Wanneer gaan wij daarvoor op onze knieën?  Herstelbetalingen regelen?  

Kunnen wij op dit ogenblik veel  meer dan een knikje van de keizer verlangen? Enige tijd geleden lekte een geheime briefwisseling uit  tussen een ‘troostmeisje’, een inmiddels bejaarde Nederlandse vrouw, en  koningin Beatrix. Waarover schreven zij? Ten tijde van de oorlog in de Pacific dwongen de Japanners haar tot prostitutie.  Daaraan hield zij twee kinderen over. Na de capitulatie  keerde deze tiener-moeder naar Nederland terug. Haar twee  kleintjes  bleven in handen van de vader, die met de twee van de Japanse aardbodem  lijkt te zijn  verdwenen.  Citaat uit de uitgelekte brief, gericht aan koningin Beatrix en aan keizerin Michiko van Japan: “Majesteit, we zijn ervan overtuigd dat u, zelf moeder, de pijn van deze vrouw kunt voelen.”

Moeten wij de keizer(in) van Japan of  onze aanstaande prinses Maxima  zaken uit het verleden aanrekenen, waaraan zij als kind part noch deel hadden?  Een bijltjesdag  meer dan een halve eeuw na datum overwegen? Een parlementaire enquête organiseren naar  handel en wandel van de vader van Maxima, die minister was onder een fout regime?  Driewerf  ‘neen’.

Wordt dat wat, de troost van de keizerin? Mogen  wij nu, bij het staatsbezoek van het keizerlijke stel aan Nederland, een herhaling van schaamte en spijt  verwachten? Opnieuw in het stof, zoals premier Kok enkele maanden terug bewerkstelligde?  Komt er een geste van keizerlijke kant, in de richting van duizenden geïnterneerde vaderlanders? Een gebaar van goede wil, zoals we  hebben gezien van Zijne Heiligheid in Israël?  Ja, deze moderne keizer kent zijn verantwoordelijkheden.  En wij? Wat doen wij? Wanneer maken wij een knieval?

Voor het Nederlands troostmeisje van weleer  hoop ik dat ze meer krijgt dan  een warme hand van de keizer en  een nat te huilen  schouder van de keizerin. Wie iedere grootmoedigheid mist,  maakt  geen aanspraak op keizerlijke ‘sorry's’.  Laten we eerst maar eens  onze eigen historische vergissingen rechtzetten. Wij verdienden aan de slavenhandel in Afrika. Wij pleegden roofbouw op mensen in Suriname. Wij  knevelden de bevolking van Indonesië.   Wij  bombardeerden burgers in Irak en Joegoslavië. En dit alles om des keizers baard. Waar blijven de knikjes van onze majesteit? 

Piet Kaashoek.