Toespraak van drs. Piet Kaashoek (auteur)
T.g.v. presentatie van jubileumboek 21 voor 1. 50 jaar
brandweerzorg Regionale Brandweer Midden-Brabant (1953-2003). Uitgave:
Bureau Context, Goirle, 2003. ISBN 90-804463-2-7. Te bestellen op deze site.
Locatie: Curiosahuys, Zuidhollandsedijk 185 in Kaatsheuvel. Tijd: zaterdag 15
november 2003 van 17.00 – 19.00 uur.
Dames en heren,
Met een citaat van een bekende brandweerman uit de regio wil ik beginnen. Hij
zei me enkele jaren geleden: "Ieder brand gaat vanzelf uit. Eigenlijk heb
je de brandweer niet echt nodig.” Deze woorden zijn van commandant Bleekendaal
van Loon op Zand. Als schrijver van het jubileumboek 100 jaar vrijwillige
brandweer Loon op Zand, kwam ik in 1995 met Bleekendaal en met de brandweer
in aanraking. Hij stak mijn
brandweervuurtje aan.
Daarna volgden de korpsen van Waalwijk (we maakten het boek Door het vuur,
een eeuw vrijwillige brandweer Waalwijk), toen Gilze en Rijen (met de publicatie
Uit de brand; 200 jaar brandweerzorg Gilze en Rijen) en dan nu het vierde
brandweerboek over 50 jaar brandweerzorg in de regio Midden-Brabant.
Om dit boek bij u te introduceren heb ik een historisch brandweer abc
opgesteld, voor het grootste deel te vinden in het jubileumboek waarvan ik
straks de eerste exemplaren ga uitreiken.
De A is van aapjes. De brandweer van Hilvarenbeek kan daarover meepraten.
Waren er weer eens van die beesten uit Safaripark Beekse Bergen ontsnapt, moest
het korps opdraven om die dieren te vangen.
Over dieren gesproken: er staat in het jubileumboek zelfs een opgetakelde
kameel met de brandweer op de foto.
De B is van Baarle-Nassau, dat maar even bij de regio heeft gezeten. Die
van Tilburg, op bezoek in Baol, konden het tijdens brandoefeningen wel winnen.
Maar op het groene laken versloegen deze boerkes van buuten hun collega
brandweerlieden met grote cijfers. Baarle, blussen en biljarten. Een
vriendschappelijke, fijne tijd samen.
De C is van Chaam die op een wat vreemde wijze bij de regio werd
betrokken. Bij de gemeentelijke herindeling in 1997 veranderde er bestuurlijk
nogal wat. De oude regiodeelnemer Alphen-Riel werd bijna letterlijk afgesneden
van de regio en belandde via Alphen-Chaam bij
Breda.
De D is van Drunen, waar ik een emotioneel gesprek voerde over de
brandweer met oud-commandant Maasdam. Hij heeft zijn hart verpand aan de regio
Midden-Brabant. Daar lagen de vriendschapsbanden en de contacten. Het was voor
hem schrikken toen Drunen en Heusden bij een andere regio kwamen. Hij herinnerde
zich nog hoe hij samen met collega’s een frietje pakte, na afloop van de
opleiding , die hij volgde bij de regio. Het opleidingscentrum zat toen aan de
Capucijnenstraat, vlakbij de Korvelseweg in Tilburg.
De E is van de Engel die waakt over al die mannen en vrouwen die
hulpverlenen in vaak moeilijke, gevaarlijke omstandigheden. Het is ook de E van
Emotie, die elke hulpverlener heeft. De tijd van leren longen, schroeiplekken op
armen en benen, ferme meiden, stoere knapen die niet mogen huilen, is gelukkig
voorbij.
De F is van Flinke Fik. Als het brandt in de regio, dan valt steevast de
naam van de gemeente Dongen. Dat lijkt wel de meest brandbare plek op aarde.
Dongen had zijn Repalco-brand (palletfabriek) in 1994 en 1995. Van de foto’s
in het jubileumboek spatten de vonken af. En de kijker krijgt een idee hoe de
hel moet branden bij het zien van de opname van het vuur bij bandenopslag Bandon
in 1998.
De G is van Gilze en van Goirle. In Goirle sprak ik met Jo de Wilde, van
wie de zoon straks een boek in ontvangst zal nemen. Jo de Wilde was van beroep
molenaar en hij begon in 1951 bij het Goirlese korps. Jo de
Wilde zei me: “Meneer, het is gebeurd dat de brandweer bij de Puij
(textielfabriek Henk van Puijenbroek) kwam om een brandje te blussen, en dat hij
zei: ‘Wa komde gullie doen?’ “ Tot in de jaren tachtig belden Goirlese
industriëlen bij brand meteen naar Tilburg. Ze sloegen het Goirlese korps
gewoon over.
De H is van Houdoe. Het is dé brandweergroet in de regio Midden-Brabant.
De I is van Inspectie waarmee de regionale brandweer begon. Na de oorlog
moest immers alles anders, alles moest nieuw worden. Inspecteur Meenhorst van de
Rijksinspectie (Breda) was de geestelijke vader van samenwerking in regionaal
verband. Hij presenteerde zijn plannen in 1947 en in 1948 in de grotere
gemeenten van Midden-Brabant.
De J is van Jeugdbrandweer. Een activiteit waarmee elk korps zich
bezig zou moeten houden. Jongeren interesseren voor het brandweervak.
Jeugdige leden laten ervaren wat het is om vrijwilliger te zijn
en je in te zetten voor mens en dier in nood. Zaken die onder druk komen
te staan in het ego-tijdperk, waar eigenbelang
steeds meer voor groepsbelang gaat. Gelukkig zijn er enkele
jeugdbrandweerkorpsen in de regio Midden-Brabant.
De K is van Kaatsheuvel en van Kooske Cornelissen uit de gemeente Loon op
Zand. ’s Zondags na de hoogmis nam Kooske de jonge brandweerlieden onder
zijn hoede en bracht ze de fijne kneepjes van het brandweervak bij. Hij noemde
ze ‘men jongens’, want van meiden bij de brandweer droomden ze toen alleen
maar.
De L is van Leunpunt Tilburg. Bij de gesprekken van burgemeesters in 1950
over de inrichting van een regionale brandweer in het Midden-Brabantse mocht
Tilburg geen Leunpunt worden. Niet de sterkste schouder die alle lasten zou
dragen. Er waren twee doorslaggevende argumenten toen om een regiobrandweer te
beginnen: collectieve brandpreventie én een bredere inzet van middelen (dus
niet alleen in de eigen gemeente, maar ook daarbuiten).
De M is Middelbeers als deel van Oost-, West- en Middelbeers, nu
samengesmolten tot De Beerzen. Deze gemeente trad in 1971 samen met Hooge en
Lage Mierde en Baarle-Nassau toe tot het samenwerkingsverband. Toen kon de regio
bogen op de inzet van 800 mensen en het gebruik van 85 brandweervoertuigen.
De N is van Neerlandia, een schoenfabriek in Loon op Zand. Op 26
september 1987 sloegen de vlammen uit het dak. Die nacht assisteerden de korpsen
van Waalwijk, Sprang-Capelle, Udenhout en Tilburg. Toen burgemeester van Dun
polshoogte nam, zich verkleedde in een verbindingswagen, kon hij na een paar uur
naar zijn eigen schoenen zwaaien. De verbindingswagen reed naar Tilburg terug
met meenemen van schoenen en kostuum van de burgervader. Het verhaal gaat dat
het is goed gekomen. Met de
Neerlandia en met de leerindustrie, in Rijen en in Waalwijk om slechtste enkele
centra te noemen, niet.
De O is van Opgelucht als man, vrouw, vader of moeder na een uitruk weer
heelhuids thuiskomt. Er kleven nu eenmaal grote risico’s aan het brandweervak.
In de vijftig jaar dat de regionale brandweer bestaat is de Tilburgse
brandweerman Kees van Corven op 30 juni 1993 tijdens uitoefening van een actieve
dienst om het leven gekomen. Wel
zijn er tientallen gewonden gevallen, van een verstuikte enkel tot in coma toe.
De P is van Politie. Zij speelt naast de brandweer een hoofdrol in het
veiligheidsgevoel van de burgers. Er is ook de P van de Petruskerk in Oisterwijk.
Toen de kerktoren in mei 1998 vlam vatte, stond oud-commandant Piet van de
Meijdenberg met tranen in zijn ogen naar het schouwspel te kijken. Het was
immers de kerk waarin hij was getrouwd. Bovendien had-ie als loodgieter tijdens
zijn arbeidzaam leven het gebouw in onderhoud gehad.
In brandweer Nederland was het een van de meest spraakmakende branden,
waarbij de samenwerking in regionaal verband op de proef werd gesteld.
De Q is van Quukske, een Goirlese lekkernij. Tijdens de meer dan 100
brandweervergaderingen bij ons thuis in Goirle is zo’n vijftig kilo quukskes
door brandweerlieden die meepraatten en meedachten naar binnen gewerkt. Ten minste een halve kuub
koffie en thee is in de loop van de jaren door brandweerkelen gestroomd.
De R is van Regionaal Opleidings Centrum (ROC) dat in 1995 zijn deuren in
Tilburg opende. Brandweercollega’s uit België, Turkije, Rusland, Israël,
Marokko en Dubaï kregen er trainingen. Het ROC is niet meer weg te denken uit
Midden-Brabant, uit Brabant, uit Nederland, uit Europa, uit de wereld.
De S is van Stappen en van Sjakie Schram (van Glaasje op, laat je
rijden). Alcohol en verkeer, dat is een funeste combinatie. Werd in de jaren
zeventig en tachtig een bekneld slachtoffer nog met hamer en beitel bevrijd, de
Midden-Brabantse regio was als een van de eerste uitgerust met powergereedschap
om slachtoffers uit hun benarde positie te halen. Op een van de foto’s
(25 augustus 1984) in het boek is te zien hoe brandweerlui uit Diessen
een auto onder een vrachtwagen uit halen.
De T is van Tilburg en sinds dit jaar ook van Treurig. Helaas heeft
burgemeester Johan Stekelenburg de presentatie van het jubileumboek van ZIJN
brandweer niet mogen meemaken. Toen ik hem vroeg of de brandweer een
imagoprobleem heeft, antwoordde Stekelenburg: “Niet bij de burgers. Dat zijn
jongens en meiden die voor je veiligheid instaan”. Hij was duidelijk trots op
ZIJN regionale brandweerjongens en
–meiden.
De U is van Udenhout, de thuisbasis van Jo Olislagers, een van de
brandweermensen die straks een jubileumboek in ontvangst neemt. De regio telde
eertijds 21 deelnemende gemeenten. Aan een van de andere gasten, Wim van der Lee,
van de brandweer Waalwijk, komt de eer toe, de naam voor het jubileumboek te
hebben bedacht.
De V is van Vriendenclub, want na acht jaar graven en spitten in de
archieven naar de brandweerhistorie van de regio, mag ik zeggen dat ik daaraan
alleen vrienden heb overgehouden. Het zit ook in de aard van de brandweerman en
–vrouw: gericht zijn op elkaar. Samenwerken. Elkaar nooit in de steek laten.
Een woord een woord. In zo’n sfeer is het prettig werken. De menselijke warmte
en grote betrokkenheid stralen je tegemoet. Kortom
For Ever Friends.
De W is van Waalwijk of beter van Wolluk, de kleinste van de grote
gemeenten. In de historie heeft Waalwijk zich vaak als het kleine broertje van
Tilburg gedragen. Altijd heeft dit knaapje van harte aan alle spelletjes
meegedaan. Al ging het soms niet van
harte, want er moesten interne en
ook wel eens externe
brandjes worden bestreden.
De X is van XTC, een drug die in Midden-Brabant en daarbuiten wordt
geproduceerd. Criminelen dumpen met enige regelmaat de zeer gevaarlijke
reststoffen in de natuur. De gemeentelijke milieudienst, geholpen door de
brandweer draait voor het opruimen op. Wie tegenwoordig het brandweervak
uitoefent, moet kennis hebben van scheikunde en van gevaarlijke stoffen.
De Y is van Ijzel. Met enige regelmaat dienen zich grillige
weersgesteldheden aan: bij plotselinge windvlagen en storm mag de brandweer
bomen ruimen. Bij enorme plensbuien rukt de brandweer uit om ondergelopen
kelders leeg te pompen. Is er een overstroming, dan evacueert de brandweer mens
en dier. Valt er ijzel of sneeuw, dan moet de brandweer er toch door.
De Z is van zwart, een van de basiskleuren van de brandweer. Samen met de
kleur rood van het bloed en met het
goud van het hart. De brandweer is van alle tijden en voor alle tijden. Ook al
verdwijnt de Regionale Brandweer Midden-Brabant als zodanig, de brandweer
verrijst als een Feniks uit de as. Lang leve de brandweer. Hoera, hoera, hoera.
- Uitreiking van boek aan 21 vertegenwoordigers van deelnemende gemeenten
- Uitreiking van boek aan Paul Verlaan, commandant Regio MB,
Elie van Strien, directeur Rampenbeheersing en Brandweer van ministerie BZK
en Yvo Kortmann, burgemeester van Oisterwijk namens het bestuur.
- Tot slot: Houdoe, houdoe, houdoe.
© Piet Kaashoek 2003